Pushing boundaries for a cruelty free world

Blog

De weg naar Enschede (en verder)

De weg naar Enschede (en verder)

Ik heb er geen geheim van gemaakt dat de Marathon van Enschede op 19 april 2020 een belangrijk doel voor mij is. Dat lijkt misschien vreemd: het verschil tussen een wegmarathon en een ultramarathon in de bergen is enorm. De uitleg is echter heel eenvoudig en heeft te maken met het eerste principe van mijn trainingsfilosofie:

Principe 1: “fitheid gaat voor alles.”

The ULTRA Endeavour

The ULTRA Endeavour

Ik ben tot nu toe vrij schimmig geweest over de 100 km trail race waar deze hele onderneming naartoe moet leiden. Van het begin af aan heb ik echter geweten welke race het moet worden. Vooral door angst om enthousiast te vertellen over een doel dat ik uiteindelijk niet zou kunnen verzilveren, heb ik het vrij stil gehouden. Dat is een beetje raar: als mijn wens is om mijn eigen grenzen (ver) te verleggen, is het risico om te falen intrinsiek aanwezig. Dat risico maakt juist de uitdaging: succes is niet gegarandeerd. De race waar ik al die tijd mijn zinnen op heb gezet is niet makkelijk, maar wel heel betekenisvol. En dat is precies wat dit project nodig heeft. Tijd om ook hier over de brug te komen dus en mijn stip op de horizon met jullie te delen!

Lessen van de Trail de la Soupe

Lessen van de Trail de la Soupe

Zondag liep ik met de Trail de la Soupe in La Roche en Ardenne mijn eerste ultramarathon. Ik deed ruim 5 uur over de 46 km en 2000 hoogtemeters, waar ik eerder nooit meer dan 3 uur onderweg was. Het was goed genoeg voor een 10e plaats. Laat één ding duidelijk zijn: voor mijn eerste ultra ben ik daar heel erg tevreden mee! Het is een mooi resultaat en vóór mij eindigden alleen maar Belgen, die kunnen trainen in exact dit soort terrein. Maar het was zeker geen perfect uitgevoerde race. Verre van. Hieronder lees je vier lessen die ik geleerd heb van de Trail de la Soupe. Maar eerst een kort vlogje met beelden van voor en na de race:

Les 1: Tempo. Ik eindigde langzamer dan ik begon (in vergelijkbaar terrein), geleidelijk daalde mijn gemiddelde tempo. Anders gezegd: ik ben te snel gestart. De race begon direct met een klim van 250 m over 2,5 km en terugkijkend naar mijn hartslagdata heb ik daarin mijn inspanningsniveau richting de lactaatgrens geduwd. Veel te hoog voor een race van 5 uur. Dit is een aanslag op de koolhydraatreserves, waar ik later in de race de prijs voor betaald heb. Vóór mij zijn vier mensen gefinished die een langzamere start maakten. De les: meer zelfbeheersing in het eerste deel van de race en erop vertrouwen dat ik een aantal van de snelle starters later weer in kan halen.

Een snelle start in het donker, direct omhoog. Foto: sportograf

Les 2: Voeding. Ik had mijn calorie-inname niet goed genoeg onder controle. Om een heel ingewikkeld verhaal heel kort door de bocht samen te vatten: spieren verbranden altijd vet bij inspanning. Dat gaat langzaam, dus daarmee kan alleen voldoende energie voor relatief lage inspanningen worden geleverd. Voor hogere inspanning is daarnaast de (veel snellere) verbranding van koolhydraten nodig. Hoe hoger de inspanning, hoe groter het aandeel energie uit koolhydraten (en dit is geen lineair verband: rond de lactaatgrens neemt het aandeel uit koolhydraten dramatisch toe). En die voorraad kan op. Een ‘volle tank’ bevat ongeveer 1500 tot 2000 kcal aan koolhydraten (opgeslagen in spieren, lever en bloed). Ter vergelijk: mijn lichaam heeft meer dan 50.000 kcal aan vetreserves. Een ruwe schatting van mijn energiegebruik tijdens de Trail de la Soupe* is 4700 kcal, ruim 900 kcal per uur. Per uur kan mijn lichaam ongeveer 250 tot 300 kcal aan koolhydraten opnemen uit voeding (meer dan dat innemen leidt tot buik- en darmproblemen).

Snel rekenen: bij een perfect uitgevoerde voedingsstrategie had ik zo’n 3000 kcal uit koolhydraten gehaald kunnen hebben (en de rest dus uit vet). Dat is 64% van de totale energiebehoefte en dat correspondeert met een vrij laag inspanningsniveau ver onder de lactaatgrens (zie hier waarom mijn start dus te snel was en een ongunstige aanslag op mijn koolhydraatreserves). Bij langere races zal dit percentage nog lager zijn en moet ik dus nog rustiger aan doen.

Maar van een perfect uitgevoerde voedingsstrategie was geen sprake, bij lange na niet. Ik ben er niet in geslaagd om steady 250 kcal per uur in te nemen en heb daardoor dus niet het maximale uit de race kunnen halen. Verspreid over de hele race heb ik zo’n 550 kcal (aan koolhydraten) naar binnen weten te werken via sportdrank, cola, winegums, banaan en een energybar. Dat is maar de helft van het streefgetal! De les: minder inzetten op sportdrank (die gaat na een tijdje écht tegenstaan), meer banaan eten bij de verzorgingsposten en tijdens mijn trainingen gaan experimenteren met andere bronnen van koolhydraten (zoals gels).

In dit relaas over koolhydraten heb ik overigens hydratatie (en de daaraan gerelateerde zoutinname) helemaal buiten beschouwing gelaten. Niet omdat het onbelangrijk is (integendeel, beide zijn belangrijker voor het finishen van de race dan koolhydraatinname), maar omdat ik hier wél voldoende in geslaagd ben tijdens de Trail de la Soupe.

*gebaseerd op de snelle vuistregel: 1 kcal per kg lichaamsgewicht per afgelegde km of 100m klimmen

Les 3: Klimmen. Ik ben niet goed in omhoog rennen. Enkele kilometers na de start van een race valt de grote kluit hardlopers uit elkaar in kleine groepjes lopers die ongeveer hetzelfde tempo hebben. Het is me bij de Montferland Trail en de Sint Pietersbear Trail al opgevallen en het gebeurde nu ook: in de langere klimmen ben ik relatief langzaam in mijn groepje. In de afdalingen daarentegen ben ik snel en weet ik veel goed te maken. Toch is dit ongunstig: als een race 50% klimmen en 50% dalen is, dan ben je aanzienlijk langer aan het klimmen, omdat dat langzamer gaat. De meeste winst is dus te behalen door beter te worden in klimmen. Dat ik er minder goed in ben dan de Belgen waar ik tussen rende is niet verrassend: het is een wezenlijk ander spiergebruik dat ik amper train. De les: creatiever worden en toch dat klimmen beter gaan trainen, zowel in rennen als in ‘powerhiken’ op de steilste stukken.

De inspanning werd beloond met vijf smaken soep! Foto: sportograf

Les 4: Mentale kracht. Als het hoofd zegt dat rennen niet meer kan, dan liegt het. Keihard. Na een tijdje sluipen pijn en spiervermoeidheid er onvermijdelijk in. Rond de 3 uur had ik het zwaar. Ik gaf toe aan de pijn en daardoor daalde mijn stapfrequentie en werd de vorm slechter. Ik werd ingehaald en bereikte met moeite mijn stip op de horizon: de tweede verzorgingspost. Daar passeerden nog twee lopers mij, die niet stopten om te eten en te drinken, maar het meenamen voor onderweg. Vastberaden om niet weer ingehaald te worden liep ik de 10 km tot de volgende verzorgingspost weer sneller en met minder moeite. Maar in het slotstuk van de race zakte mijn tempo weer in. Ik liep alleen, voor of achter me niemand te zien. En opeens werd ik uit het niets ingehaald, en snel ook. G*dverdegloeiende. In de achtervolging! Niet veel later stond er een bordje langs de route: nog 2 km tot de finish. Het gaf me de kracht om nog een versnelling omhoog te gaan: de laatste 2 km waren de snelste van mijn race. De les: een sterke, positieve geest trainen om ook als het zwaar wordt sterk te blijven lopen. Want dat kan dus gewoon.

Een enorme leerzame race dus! Ervaring maakt wijzer. Alle lessen hebben overigens met elkaar te maken: het tempo doseren zal makkelijker worden als ik beter word in het klimmen en mijn voedingsstrategie beter heb uitgewerkt. En: gezien het feit dat ik aan het einde wel degelijk weer kon versnellen, had het vertragen daar deels een mentale oorzaak. Ben ik ontevreden met mijn 10e plek? Zeker niet! Maar ik weet dat ik met een betere strategie voor tempo en voeding zesde had kunnen zijn. Voeg daar wat training van het klimmen en van mentale kracht aan toe en het was niet onrealistisch om met de nummers 3 t/m 6 mee te rennen. En dat is geweldig nieuws: er is duidelijk aanwijsbare ruimte voor verbetering!

Verder

Verder

Een half jaar. Zes maanden. 26 weken. Enerzijds lijkt het kort geleden dat ik de eerste training in mijn nieuwe logboek noteerde. Anderzijds is er zoveel meer in gebeurd dan ik me voor had kunnen stellen. Duurlopen van meer dan 30 km en weken met meer dan 100 km zijn normaal geworden en zowel mijn snelheid als uithoudingsvermogen zijn flink toegenomen. Ik heb mijn eerste trailraces gelopen, allemaal rond de 30 km in lengte. Bij de twee recreatieve, podiumloze trailruns van Run Forest Run was ik de snelste loper, bij de meer competitieve Montferland Trail en Sint Pietersbear Trail werd ik 17e en 14e. Maar de grootste verrassing was de sterke afsluiting van het eerste trainingsblok met de Halve Marathon van Oldenzaal.

Vlog 2: Recovery Drink

Vlog 2: Recovery Drink

Een tijdje terug al gemaakt, maar helemaal vergeten hier te plaatsen… Mijn favoriete recovery drink, volledig plantaardig! Voeding is onlosmakelijk verbonden met training en herstel. Het is een ingewikkeld onderwerp met een flinke ethische lading en er bestaan veel verschillende opvattingen over. Voor mij persoonlijk zijn drie dingen belangrijk: …

Malle Dalle

Malle Dalle

Podenco’s worden vaak omschreven als ‘clownesk‘. Een tijdje terug schreef ik over Cash en hoe hij van een bange pup die niets kende veranderde in de meest makkelijke, stabiele hond die je je voor kunt stellen. Hij heeft af en toe zijn streken en kan koppig en ondeugend zijn. Maar vergeleken met de twee prettig gestoorde Australian Shepherd zusjes die hij erbij kreeg, lijkt Cash de rust, gematigdheid en wijsheid in eigen persoon. Nee, ‘clownesk‘ was ons beeld van de Podenco niet. Dat veranderde abrupt toen we Dalí adopteerden. Odin was toen nog zijn naam, naar de Noorse oppergod die onder andere de afdeling ‘wijsheid’ in zijn grote portefeuille had… Goede grap.

29 April 2017. Het is half 2 in de ochtend, maar op Schiphol is altijd bedrijvigheid. Vrijdag is inmiddels zaterdag geworden. Voor mijn gevoel hebben we meer reizigers door de gate zien komen dan mogelijkerwijs aan boord konden zitten van de Transavia vlucht uit Tenerife. Eindelijk, eindelijk worden er twee grote benches door de schuifdeuren geduwd. Gerda, de vrijwilligster van Podencoworld, snelt erheen en begeleidt ze naar een rustig hoekje. Wij – en het andere adoptiegezin – volgen haar op voet. In de benches houden Odin en Picasso zich opmerkelijk rustig. We hurken bij Odin en voorzichtig gaat het deurtje op een kiertje. Gretig neemt hij de meegebrachte stukjes gekookte kip aan. Voorzichtig komt hij zijn reisbench uit, hongerig naar meer en nieuwsgierig naar ons.

Een volwassen hond met een ‘rugzak’ adopteren is spannend. We wisten dat Odin ongeveer 3 jaar oud was en dat hij een paar maanden eerder graatmager en zwervend in de bergen van Tenerife werd gevonden. Hoe lang hij heeft gezworven sinds hij is afgedankt wisten we niet. Wat hij heeft meegemaakt? Niemand kon het vertellen. Dankzij de verhalen, foto’s en video’s uit het asiel (Tierra Blanca Tenerife) hadden we de indruk dat hij vrolijk, speels en sociaal met andere honden was. Daar vertrouwden we op: de introductie in onze eigen groep van Cash, Vienna en London vonden we het spannendst van alles… London is pittig, bouwt makkelijk spanning op en reageert vaak (lees: altijd) fel op vreemde honden. Het laatste dat we wilden, was het ontwrichten van de harmonie die we door hard werken eindelijk in de groep hadden.

29 april 2017, 9 uur ’s ochtends. Ik open de klep van de auto. London springt er opgewekt uit. Ze heeft geen idee wat we gaan doen, maar het is nu al haar lievelingsding. Ik stuur Michelle een app dat we er zijn. Ze heeft de (bijzonder korte) nacht met Dalí doorgebracht in het huis van onze vrienden Hanneke en Martijn die nu toevallig een trip door California maken en hun huis aan ons uitgeleend hebben voor ‘het goede doel’. In de tuin, op neutraal terrein, kunnen de honden om de beurt kennis met elkaar maken. En we hebben de moeilijkste voor het laatst bewaard. Sprakeloos kijken we toe hoe in een oogwenk London en Dalí beide in een spelboog duiken en al crossend door de tuin een ontspannen, gelijkwaardig spel ontketenen. Nooit eerder hebben we zo’n match met London gezien. Nooit. Het zou voor ons het eerste teken aan de wand moeten zijn van hoe energiek, ontwapenend en prettig gestoord Dalí is. Maar dat beseffen we ons nog niet. We zijn vooral met stomheid geslagen en hebben de tranen in de ogen staan. Of dat van het lachen, van de ontlading, van de vermoeidheid of van de emotie is: geen idee…

Dalí in het asiel en tijdens zijn eerste dag thuis

Dalí heeft ons sindsdien verrassing na verrassing bezorgd. Bij de gezamenlijke boswandeling na de individuele ontmoetingen liep hij zwiepend met zijn staart mee alsof hij er altijd bij heeft gehoord. Eenmaal thuis in de tuin speelde hij met Vienna en London, kwam hij knuffelen en kusjes brengen bij Michelle en mij. Binnen was hij erg in zijn nopjes met zijn nieuwe mand: uitgestrekt en met zijn pootjes joekels van poten in de lucht viel hij in een diepe, tevreden slaap. In de eerste maanden at Dalí ruimschoots meer dan de andere drie bij elkaar. Langzaam kwamen de kilo’s erbij: van 22 naar 23, van 23 naar 24, totdat hij uiteindelijk stabiliseerde op zo’n 31 kg. De transformatie tot een atletische, gespierde halfwindhond duurde bijna een jaar.

Was alles makkelijk? Nee. Dalí kende weinig en raakte van alle nieuwe indrukken snel opgewonden. Het resultaat: kortsluiting. We werden er snel handiger in om Dalí te beschermen tegen overprikkeld raken. Langzaam kwam er meer rust in zijn ogen en leerde hij omgaan met voor ons heel ‘normale’ zaken. Steeds beter leerden we hem begrijpen en inspelen op zijn behoeftes. Zo ontdekten we dat hij een wandelende thermometer is: strak onder de twintig graden krijgt hij het koud en wordt hij heel onrustig. Er moet dan een truitje aan. Hij groeit nog steeds. Elke keer als we denken dat we hem helemaal kennen, verrast hij ons weer positief. En af en toe heeft hij nog heel even kortsluiting en wordt hij iets vrolijker dan hij zelf aankan. Maar dat is ok. Dat is Dalí. En daar kunnen we hem nu goed in begeleiden.

27 mei 2018, de jaarlijkse strandwandeling van Podencoworld. Ik sta met Dalí aan een lange lijn tussen een paar honderd andere Podenco’s op het strand van ’s Gravezande. Volledig ondenkbaar om hier met één van onze Aussies te staan (laat staan met twee). Eén ding hebben al deze honden gemeen: ze zijn allemaal via de stichting uit Spanje naar Nederland gekomen, naar een nieuw, beter en liefdevol leven. Dalí dribbelt kwispelend van hond naar hond. Als de lasso van Indiana Jones zwiept zijn lange rattenstaart alle kanten op. Iedereen is een vriend! Als hij morgen geen spierpijn in die staart heeft, weet ik het ook niet. Het weerzien met Sabine, dé vrijwilligster in het Tierra Blanca asiel en speciaal voor deze wandeling naar Nederland gekomen, is het hoogtepunt van de dag, vol knuffels, kusjes en een beetje kortsluiting. Dalí is vandaag de vrolijkste, meest sociale hond op de wereld. En ik het gelukkigste, meest trotse hondenbaasje.

Die vrolijkheid heeft hij overigens altijd en overal. Dalí kan je met zijn ontwapenende, eigenwijze humor op elk moment laten lachen. Dalí is de sfeermaker in de groep, de bliksemafleider voor London. Als ik aan tafel zit te werken, komt hij elk half uurtje even een knuffel halen. Stilletjes komt hij naast me staan en gooit hij met zijn neus mijn elleboog omhoog. Pas als ik hem genoeg geaaid en geknuffeld heb, gaat hij weer tevreden op de bank liggen. Op de bank zitten kan ook niet zonder dat Dalí onhandig bij onze benen komt dralen met zijn grote lijf en lange poten, net zo lang tot hij uitgenodigd wordt om naast (liefst tussen) ons te komen liggen en dicht tegen ons aan te kruipen, bij voorkeur met zijn kop op iemands schoot. Dalí houdt van lekker knuffelen. Dalí houdt van lekker eten. Dalí houdt van lekker spelen. Dalí houdt van lekker slapen. Dalí houdt van het leven. Elke dag ben ik blij dat we hem erbij hebben, dat we het gekke stel met vier niet altijd even makkelijke honden zijn geworden en twee Spaanse mannen dit leven kunnen geven.

Vanochtend. De zon komt bijna op. De eerste fietsers komen langs om hun werkdag vroeg te starten. Het eerste licht valt tussen de bomen door op de lege paden van De Wildernis. Boven de weilanden hangt nog mist. Het is koud. Her en der zullen nog kleine groepjes ree staan en zal een konijn over het pad schieten. Dalí weet het. London ook. Ik klik de lijnen van hun tuigjes vast aan mijn heupriem en geeft het startsignaal. Enthousiast schieten twee prettig gestoorde honden met een beetje kortsluiting zij aan zij voor me uit. Ik zet de achtervolging in, samen bestormen we het bos. De dag is begonnen!

Vrijwilliger!

Vrijwilliger!

Deze foto is me dierbaar. Hij is gemaakt tijdens de jaarlijkse strandwandeling van Podencoworld en het teefje waarmee ik op de foto sta, had ik nooit eerder ontmoet. Het is Gita. Een paar maanden voor de wandeling werd ze kaal, graatmager en alleen aangetroffen op Tenerife.

Hoeveel is te veel?

Hoeveel is te veel?

Wanneer wordt ‘veel’ te veel? Goede hardlopers rennen heel wat kilometers per week. En hoe groter de afstand waarvoor je traint, hoe groter het aantal wekelijkse kilometers dat nodig is om je lichaam voor te bereiden op de race. Maar een wet van Meden en Perzen over het juiste aantal is er niet. Lastig!

Vlog 1: Chicken Run

Vlog 1: Chicken Run

We hebben kippen! En hopelijk binnenkort dus ook eieren uit eigen, diervriendelijk beheer. Afgelopen weekend hebben we drie Cochin krielkipjes meegenomen bij Het Andere Leven, een duurzaam initiatief in Ambt Delden. Als je er ooit in de buurt bent: bezoek ze eens, al is het maar voor hun prachtige theehuis of aardbeipluktuin. Maar bekijk nu gauw onze eerste vlog, hopelijk vind je hem leuk!

‘Trailrunning’ en ‘roadracing’

‘Trailrunning’ en ‘roadracing’

Hardlopen is hardlopen, toch? Vooral niet te ingewikkeld maken. Je zult echter merken dat ik een onderscheid maak tussen ‘gewoon’ hardlopen en ‘trailrunning’ (bij gebrek aan een treffend Nederlands woord). En dat doe ik pas sinds kort. Waarom een punt maken van het verschil tussen rennen over asfalt en over een onverhard paadje?