Pushing boundaries for a cruelty free world

Tag: Honden

Malle Dalle

Malle Dalle

Podenco’s worden vaak omschreven als ‘clownesk’. Een tijdje terug schreef ik over Cash en hoe hij van een bange pup die niets kende veranderde in de meest makkelijke, stabiele hond die je je voor kunt stellen. Hij heeft af en toe zijn streken en kan koppig en ondeugend zijn. Maar vergeleken met de twee prettig gestoorde Australian Shepherd zusjes die hij erbij kreeg, lijkt Cash de rust, gematigdheid en wijsheid in eigen persoon. Nee, ‘clownesk’ was ons beeld van de Podenco niet. Dat veranderde abrupt toen we Dalí adopteerden. Odin was toen nog zijn naam, naar de Noorse oppergod die onder andere de afdeling ‘wijsheid’ in zijn grote portefeuille had… Goede grap.

Vrijwilliger!

Vrijwilliger!

Deze foto is me dierbaar. Hij is gemaakt tijdens de jaarlijkse strandwandeling van Podencoworld en het teefje waarmee ik op de foto sta, had ik nooit eerder ontmoet. Het is Gita. Een paar maanden voor de wandeling werd ze kaal, graatmager en alleen aangetroffen op Tenerife.

Dit is Cash

Dit is Cash

Hoe beland je in een situatie waarin je je hele leven deelt met vier honden die samen 110 kg wegen? Goede vraag. Soms vraag ik me af hoe een buitenstaander zou kijken naar het leven waar Michelle en ik samen zo gelukkig mee zijn. Een beetje vreemd worden we vast wel gevonden. Het begon ruim acht jaar geleden met Cash.

Cash is een Podenco uit Spanje. Tijdens de Monteria, een traditionele Spaanse drijfjacht, worden grote aantallen Podenco’s ingezet om zwijnen, roodwild, damwild en moeflons op te stoten. Het is een festijn van wreedheid, waarin het doel is om met zo min mogelijk inspanning voor de jagers zoveel mogelijk dieren te doden die door de honden worden opgejaagd. Een uitgehongerde hond jaagt gretiger dan een verzadigde. En als er (het grootste deel van het jaar) niet gejaagd wordt, gaan de honden in kennels aan een korte ketting, zodat er geen gevechten uit kunnen breken door honger, frustratie en angst. Veel honden worden afgedankt. Een barmhartige jager brengt zijn hond dan naar een asiel of laat hem los in het wild. Honden die het slechter treffen worden verdronken of opgehangen aan een boom. Na elk jachtseizoen stromen de asiels over. En door de hardnekkige fabel dat een gesteriliseerde of gecastreerde hond slechter jaagt, gaat dat gepaard met een golf van puppies en drachtige honden waar geen plek voor is.

Puppie Cash in het asiel (1), de eerste dag bij ons thuis (2) en als halfjarige op zijn eerste vakantie in de Belgische Ardennen bij de geweldige Li van Domain du Chien (3 en 4)

Cash is op 8 januari 2011 geboren in een dodingsstation, waar zijn moeder drachtig in terecht was gekomen. Binnen twee weken is hij daar met zijn broertjes en zusjes uit gered en overgebracht naar een lokaal asiel. Zodra ze drie maanden oud waren en volgens Europese wetgeving vervoerd mochten worden, zijn ze op transport naar Nederland gezet, waar asiels vooral kampen met lege kennels: aan plek geen gebrek. Cash belandde in het asiel van Almelo, totdat Michelle en ik het eind april bezochten, voorzichtig op zoek naar onze eerste hond. Hoewel we elkaar overtuigd hadden nog niets van plan te zijn en enkel ‘voor de beeldvorming’ het asiel te bezoeken, hadden we op de heenweg een leren halsband en riem gekocht. Binnen een kwartier stonden we weer buiten met Cash aan die halsband. De deur viel achter ons dicht, we hadden onze aanwinst met de pinpas betaald en stonden opeens voor de uitdaging om een puppie die geen halsband of lijn kende naar onze gehuurde Fiat Punto te krijgen. Het was één van de meest surrealistische ervaringen uit mijn leven.

Cash kreeg een vriendinnetje en leerde spelen...

Cash stonk een uur in de wind naar de urine waar hij al die tijd in had gelegen. Eerste tussenstop: Pronk’s Dogshop in Enschede voor een grote fles ‘Jean Peau’ (want shampoo heeft de verkeerde zuurtegraad voor een hondenhuid). Cash kende niets en vond alles eng: zijn wereld was nooit groter geweest dan een kennel. De eerste dagen moesten we hem vooral tillen om hem te verplaatsen. Maar met liefde en geduld leerde Cash lopen aan een lijn, leerde hij dat gras en wind niet eng zijn, dat als je je plasplek langs de beek kan zien vanuit de woonkamer je nog niet kan plassen, dat vrouwen leuk zijn (en mannen niet), dat autorijden stom is (maar de plekken waar het je naartoe brengt niet), dat niets lekkerder is dan versgebakken brood, dat knuffelen fijn is, dat regels er zijn om te breken, dat je bij regen moet weigeren om naar buiten te gaan en dat een bank en zachte dekentjes het hoogtepunt van de menselijke beschaving zijn. En toen hij na een paar maanden een vriendinnetje kreeg, leerde de ondeugende Australian Shepherd puppie Vienna hem spelen.

…en nog veel meer spelen.

Nu, acht jaar later, is Cash de meest stabiele hond die je je voor kan stellen. Hij houdt van rust, van buiten zijn bij de rotsen als we gaan klimmen, van samen hardlopen in het bos. Thuis ligt hij graag languit op de bank, dichtbij de haard en het liefst onder een kleedje tegen iemand aan. En als niemand oplet, is hij een beetje ondeugend. Als alle honden waren zoals Cash, hadden Michelle en ik er waarschijnlijk meer dan tien gehad. Nu hebben we er maar vier. Dat valt best mee, toch?